FABEL: ARM IS ROOD EN RIJK IS GROEN

De Volkskrant kopte deze week: kwaliteit in ‘arme buurten’ is systematisch slechter dan in ‘rijke buurten’ en uit de risicoprofielen blijkt dat ruim 50% van de kinderopvang reden tot zorg geeft voor de toezichthouder. Jellesma (BoINK) en prof. Fukkink (hoogleraar kinderopvang) steunen dit bericht, Buitenhek daarentegen, ervaren onderzoeker over de kinderopvang, noemt het een ‘kulverhaal’: de kleur van het profiel zegt niets zegt over de kwaliteit van de opvang (site kinderopvangtotaal). Hij illustreert dat met de opvang in Raalte: alle opvang kreeg daar code rood, maar geen daarvan had een overtreding of handhaving in zijn inspectierapporten.

het risicoprofiel
Het risicoprofiel schat het risico op overtreding van eisen in de Wko. Een hoog geschat risico krijgt rood, laag of nihil risico: geel en groen. Is een inspectie zonder overtreding, dan zou er dus een geel/groen profiel moeten volgen. Hoe kan het in Raalte dan toch allemaal rood zijn geworden?
Ten eerste: het risicoprofiel blijkt een slechte voorspeller (onderzoek i.o.v GGD GHOR toont dit). De niet gedefinieerde items zijn multi-interpretabel, ontberen vaste ijkpunten en worden vaak subjectief ingevuld (wat de inspecteur ‘intuïtief’ aanvoelt komt er ook uit). Wat is (te) veel, normaal of weinig ‘personeelsverloop’ en hoe meet je dat? Wat zijn wel/geen ‘serieuze klachten’ en met welk risico op overtreding? Feit is: amper 1% van de klachten leidt na onderzoek door de GGD tot een overtreding. Het risicoprofiel is dus ongeschikt voor serieuze uitspraken over kinderopvang.
Ten tweede: veel regionale GGD-en gebruiken het risicoprofiel niet meer als voorspeller van overtredings-risico’s maar als budget/planningsinstrument: de kleur is een budgetkleur geen risicokleur. Rood is dus geen ‘zorg’ maar aanduiding van ‘x aantal manuren’. GGD regio Rotterdam-Rijnmond weigerde om die reden inzage in de profielen: het zou de kinderopvang ten onrechte in een kwaad daglicht stellen. GGDGHOR en minister Asscher steunen dit standpunt.
De vragen zijn hier: lopen beide opvattingen (inhoud of budget) in de praktijk van het toezicht nu vrolijk door elkaar? Oordeelt een inspecteur (subjectief) voor rood of oranje als ‘zorg’ maar zegt de GGD: het gaat slechts om manuren? En als het echt alleen de kleur van manuren is, waarop worden die dan gebaseerd? De eigen budgettaire behoefte van de GGD’en? Helpen rood en oranje dat budget bij de gemeentes op te krikken? Ging Raalte dus voor de jackpot?

De ruim 50% opvang die ‘zorg’ geeft voor de toezichthouder en de kwaliteitskloof tussen ‘rijk’ en ‘arm’, kan in elk geval niet worden gestaafd met risicoprofielen.

 

de steekproef
De steekproef die deze kloof moet tonen, helpt ook niet echt: die is aselect noch representatief met slechts 5 van de 25 regio’s en kernregio’s die ontbreken, zoals Utrecht en Rotterdam-Rijnmond. Ook de indeling naar inkomensbuurten valt op: de ‘rijkste’ buurt heeft 50.000 euro als gemiddeld huishoudinkomen, minder dus dan het CBS modaal inkomen per huishouden, ongeacht samenstelling, nl 58.500. Dat moet er op wijzen dat in die buurten een grote variëteit is aan inkomens waardoor het gemiddelde laag blijft. Maar wie zijn dan feitelijk de gebruikers van de opvang in die buurt? De ‘rijkste’, de ‘armste’, jan modaal of een mengelmoes van alles? En wat kan je dan nog zeggen over de relatie tussen inkomen en kwaliteit van opvang?
Meest opvallend: de tabel in de Volkskrant laat zien dat de echte zorgcodes (rood en oranje) nauwelijks verschillen: bij code rood zitten de drie inkomenscategorieën allemaal rond de 5%. Met oranje erbij krijg je: (arm) 22%, 16% en (rijk) 18%. In serieuze ‘zorg’ verschilt ‘rijk’ slechts 4% van ‘arm’, niet het noemen waard want vast niet significant en mogelijk effect van het gebruik van de risicoprofielen door toezichthouders. Bij de niet-echte zorgcodes, groen en geel, is het niet anders. Geel is feitelijk net-niet groen: nauwelijks zorg, hooguit over een relatief onbelangrijke kwestie: een document dat mist, een niet gevulde OC (landelijk de meest voorkomende ‘overtreding’ en daarom gedoogd). Opgeteld bij groen, zit 78% goed in ‘arme’ wijken en 83% in ‘rijke’. Een minimaal verschil.

Kortom: het risicoprofiel zegt niets over risico’s noch over kwaliteit, het ‘rijkste’ buurtinkomen zegt niks over de inkomens van de feitelijke gebruikers, in de ‘zorgelijke’ en ‘niet zorgelijke’ kleurcodes scoren de inkomenscategorieën nagenoeg gelijk en ruim driekwart van de opvang in Nederland voldoet.

Dit artikel delen
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Email this to someone
email
Print this page
Print

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *